Innovative Tax op LinkedIn

peak performance
in tax consultancy

 

Terug naar het overzicht:

Actueel

Belastingvrijstelling voor renteopbrengst hybride lening binnen EU vervalt

innovative_tax_element

In de afgelopen tijd zijn er door de G20 en de OESO diverse maatregelen aangekondigd om internationale belastingontwijking tegen te gaan. In het Base Erosion and Profit Shifting ((BEPS) rapport zijn anti-misbruikmaatregelen opgenomen ter voorkoming van bepaalde gecreëerde fiscale voordelen door de opname van hybride financieringsinstrumenten binnen een internationaal EU concern.

Op 20 juni 2014. heeft de Europese Raad een akkoord bereikt over een aanpassing van de Europese (EU) Moeder-dochterrichtlijn betreffende hybride leningen. Vanaf 1 januari 2016 zal het niet meer mogelijk zijn een dividendbelastingvrijstelling te claimen voor een renteopbrengst uit een door een moedermaatschappij aan haar dochtermaatschappij verstrekte hybride lening waarbij de in een andere EU lidstaat gevestigde dochtermaatschappij de rentelast in aftrek heeft gebracht op haar belastbare winst. De aanpassing heeft ten doel belastingontwijking binnen de Europese Unie te voorkomen.
Wat is er in hoofdlijnen aan de hand?

EU Moeder-dochterrichtlijn
Wanneer een vennootschap die feitelijk is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie (EU) een deelneming heeft van tenminste 10% in het kapitaal van een vennootschap die feitelijk is gevestigd in een andere EU lidstaat dan moet de lidstaat van de dividend ontvangende moedermaatschappij zich, ter voorkoming van dubbele belastingheffing, onthouden van het belasten van de winstuitkering of aan de moedermaatschappij toestaan dat zij de door de dochtermaatschappij afgedragen belasting mag verrekenen. De EU lidstaat waar de dochtermaatschappij is gevestigd is overigens verplicht de Moeder-dochterrichtlijn toe te passen hetgeen betekent dat een vrijstelling van de inhouding van dividendbelasting moet worden toegestaan. Om voor de toepassing van de Moeder-dochterrichtlijn in aanmerking te komen moeten beide vennootschappen binnen het EU concern naast eerder genoemde voorwaarden ook onderworpen zijn aan een winstbelasting. De EU Moeder-dochterrichtlijn kan ook van toepassing zijn bij een filiaal (zogenaamde vaste inrichting)

Hybride leningen
Voor de vennootschapsbelasting is de door de debiteur te betalen zakelijk vastgestelde rente in principe aftrekbaar van de belastbare winst. De crediteur dient de ontvangen rente tot zijn belastbare winst te rekenen. Wanneer diezelfde debiteur een dividenduitkering doet aan de crediteur vormt het dividend geen aftrekpost voor de vennootschapsbelasting en wanneer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan geen belaste bate bij de crediteur. Door een lening hybride te maken dat wil zeggen door de lening karaktertrekken van eigen vermogen te geven kan, over de landsgrenzen heen, een ‘best of both worlds’ situatie worden bereikt; de betaalde rente is aftrekbaar en de als dividend geherkwalificeerde rentebate is onbelast.

Het hybridiseren van een lening geschiedt door de schuldeiser te laten meedelen in een verlies van de dochtermaatschappij via een achterstelling van de lening bij alle concurrente crediteuren, door de betaling van de periodieke vergoeding voor de lening afhankelijk te maken van de winst van de dochtermaatschappij en/of door de lening een hele lange looptijd te geven. De internationale mismatches ontstaan doordat sommige landen regels kennen die een hybride lening herkwalificeren als een kapitaalverstrekking.   

Wanneer in de EU lidstaat van de dochtermaatschappij de lening als vreemd vermogen wordt aangemerkt en de rentebetaling derhalve als een aftrekpost op de belastbare winst van de dochtermaatschappij wordt aangemerkt maar de geldverstrekking aan de dochtermaatschappij in de lidstaat van de moedermaatschappij fiscaal als eigen vermogen wordt aangemerkt en daarmee de ontvangen rente als vrijgesteld deelnemingsdividend, ontstaat een situatie van dubbel belastingvoordeel.

Met de per 1 januari 2016 ingaande aanpassing van de EU Moeder-dochterrichtlijn wordt bereikt dat de EU lidstaat van de moedermaatschappij de vrijstelling van winstbelasting over het ontvangen rentebedrag op de hybride lening mag weigeren indien bij de dochtermaatschappij recht bestaat op aftrek over de betaalde rente. Wanneer de dochtermaatschappij haar recht om de betaalde rente in aftrek te brengen volledig heeft kunnen effectueren dan is sprake van een effectieve aanpak van deze internationale mismatches als gevolg van hybride leningen.

Nadat de (toelichting op de) definitieve tekst van genoemd voorstel tot wijziging van de EU Moeder-dochterrichtlijn akkoord is zal Nederland verplicht zijn de wijziging uiterlijk 2015 te implementeren. Dan zal ook duidelijk zijn welke de fiscale consequenties zijn wanneer de debiteur slechts gedeeltelijk recht heeft op aftrek van de rentebetaling. Heeft de ontvangende moedermaatschappij dan ook gedeeltelijk recht op de belastingvrijstelling? Zeer waarschijnlijk zal de regeling van de Nederlandse deelnemingsvrijstelling als gevolg van aanpassing aan de EU Moeder-dochterrichtlijn ook enkele wijzigingen ondergaan. Hierover is nu nog niets bekend.

Ook is vooralsnog onduidelijk wat de fiscale consequenties zijn van de aanstaande wijziging voor Zwitserse ondernemingen voor wie, mits aan enkele voorwaarden wordt voldaan, de EU Moeder-dochterrichtlijn ook kan worden toegepast. Wanneer door de EU met Zwitserland geen nieuwe afspraken worden gemaakt in lijn met bovenstaande zou het zo maar eens kunnen zijn dat de fiscale voordelen van hybride leningen in die relatie blijven bestaan.
Het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie van 25 november 2013 bevatte ook een voorstel om een uitgebreidere en meer specifieke anti-misbruikregeling in de EU Moeder-dochterrichtlijn op te nemen. De bedoeling hiervan was om de EU Moeder-dochterrichtlijn buiten werking te laten indien sprake is van volstrekt kunstmatige fiscale constructies die geen enkel verband houden met de economische realiteit en uitsluitend bedoeld zijn om de belastingen te ontwijken. In de visie van de Nederlandse regering is de voorgestelde anti-misbruikregeling te algemeen en te subjectief opgesteld hetgeen verschillende interpretatie door de diverse EU lidstaten in de hand werkt. Dat zorgt voor onzekerheid. Een en ander doet voorts afbreuk aan de effectiviteit van de Nederlandse anti-misbruikregeling (i.e. fraus legis) De EU lidstaten zijn het op dit moment nog niet eens over de definitieve tekst van deze anti-misbruikregeling in de EU Moeder-dochterrichtlijn.

Conclusie
Met de beoogde aanpassing van de EU Moeder-dochterrichtlijn zal worden bereikt dat een einde gaat komen aan de fiscale voordelen van de mismatches veroorzaakt door een verschillende kwalificatie in de betrokken landen van een hybride lening. Een en ander wordt gerealiseerd door de moedermaatschappij de toepassing van de belastingvrijstelling op het ontvangen rentebedrag op de hybride lening te laten weigeren indien bij de dochtermaatschappij recht bestaat op aftrek over de betaalde rente.

De wijziging zal vanaf 1 januari 2016 van toepassing zijn. Nederland is verplicht de wijziging voordien in z’n wetgeving te implementeren.

Wanneer in de financieringsstructuur van uw bedrijf ook gebruik gemaakt wordt van hybride leningen en u heeft naar aanleiding van het bovenstaande vragen of opmerkingen schroomt u dan niet even contact op te nemen met ondergetekende.

Wij maken graag tijd voor u.
Innovative Tax

Erik Jansen
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
0031 – 24 -7600.136
Nijmegen, 8 augustus 2014

Terug

Cookies maken het voor ons gemakkelijker om u onze diensten te leveren. Met het gebruik van onze diensten geeft u ons toestemming om cookies te gebruiken.
Meer informatie Ok