Innovative Tax op LinkedIn

peak performance
in tax consultancy

 

Terug naar het overzicht:

Actueel

Belasting- en premieplicht van de Rijnvarende

innovative_tax_element

Een speciale groep werknemers (soms zelfstandigen) in het internationale transport zijn de zogenaamde Rijnvarenden. Het gaat om werknemers die werkzaam zijn op een schip dat in de Rijnvaart wordt gebruikt. Deze werknemers zijn dus voortdurend in meerdere staten actief. De Rijn stroomt immers door Zwitserland, Frankrijk, Duitsland en Nederland.

 

De vraag waar de in Nederland woonachtige Rijnvarende inkomstenbelasting- en premieplichtig is voor de sociale verzekeringen is door de complexiteit van de fiscale en verzekeringstechnische regels soms erg lastig te beantwoorden.  Er zijn namelijk vrijwel altijd meerdere Rijnoeverstaten in het spel.

Belastingplicht van een Rijnvarende

Als er meerdere landen zijn die op basis van hun nationale fiscale wetgeving belasting over het salaris van de (in Nederland wonende) Rijnvarende willen heffen, dan dient dit geschil opgelost te worden aan de hand van het toepasselijke belastingverdrag. De uitwerking kan per verdrag nogal verschillen.

Nederland heeft belastingverdragen gesloten waarbij het woonland over het salaris van de Rijnvarende mag heffen (bijvoorbeeld Frankrijk) maar ook belastingverdragen waarbij het heffingsrecht over het salaris van de Rijnvarende is toegekend aan de vestigingsstaat van de feitelijke werkgever (bijvoorbeeld Zwitserland). Hieronder zijn twee voorbeelden ter verduidelijking opgenomen:

Voorbeeld 1
Persoon A, die de Duitse nationaliteit heeft en woonachtig is in Nederland, werkt als Rijnvarende (werknemer) op een schip dat wordt geëxploiteerd door een onderneming die is gevestigd in Frankrijk.

Persoon A moet als inwoner van Nederland in Nederland aangifte doen voor zijn wereldinkomen. Normaal gesproken zal Frankrijk als vestigingsstaat van de werkgever, ook willen heffen. Daarom zal het belastingverdrag Nederland-Frankrijk moeten worden toegepast om te bepalen aan welk land het heffingsrecht toekomt.

Dit verdrag wijst het heffingsrecht over het arbeidsinkomen van de Rijnvarende toe aan het woonland Nederland. De Franse onderneming dient dus geen Franse loonheffingen af te dragen in Frankrijk om dubbele heffing te voorkomen. Persoon A geeft zijn volledige inkomen in Nederland aan en krijgt geen vermindering ter voorkoming voor dubbele belastingheffing.

Voorbeeld 2
Persoon B, die de Amerikaanse nationaliteit heeft en woonachtig is in Nederland, werkt als Rijnvarende op een schip dat wordt geëxploiteerd door een onderneming gevestigd in Zwitserland.

Persoon B moet als inwoner van Nederland hier aangifte inkomstenbelasting doen voor zijn wereldinkomen. Normaal gesproken zal Zwitserland als vestigingsstaat van de werkgever Zwitserse loonheffing willen inhouden op het salaris van Rijnvarende. Om dubbele belastingheffing te voorkomen zal het belastingverdrag Nederland-Zwitserland dus uitkomst moeten bieden aan welk land de heffingsbevoegdheid toekomt. Dit verdrag kent een andere aanwijsregel dan het vorige voorbeeld; zij wijst namelijk de staat aan waar de plaats van werkelijke leiding is gelegen van de onderneming die het schip exploiteert. In casu komt dus aan Zwitserland het heffingsrecht toe.

Persoon B moet als binnenlands belastingplichtige zijn volledige arbeidsinkomen in Nederland aangeven, maar hierbij ook meteen om een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting verzoeken. (Dat iemand met de Amerikaanse nationaliteit ook in de Verenigde Staten aangifte moet doen gaat de essentie van dit voorbeeld te buiten)

Premieplicht van een Rijnvarende

Het vaststellen van de premieplicht van de Rijnvarende is zo mogelijk nog lastiger vast te stellen.

In principe is de Rijnvarende onderworpen aan de sociale zekerheidswetgeving van het land waar de werkzaamheden worden verricht. Nu dit er in het geval van een Rijnvarende doorgaans meerdere zijn hebben de Rijnlanden ter coördinatie van de premieplicht van de Rijnvarende de zogenaamde Rijnvarendenovereenkomst getekend. Deze Rijnvarendenovereenkomst is op de EU Verordening 883/2004 gebaseerd. Als de werknemer echter kwalificeert als een Rijnvarende dan geniet deze Rijnvarendenovereenkomst als ‘lex specialis’  de voorrang boven de EU Verordening 883/2004, die de sociale zekerheidswetgeving van ‘gewone’ grensoverschrijdende werknemers coördineert.

Idem als in het Rijnvarendenverdrag is in de Rijnvarendenovereenkomst opgenomen dat de Rijnvarende onderworpen is aan premieplicht in het land waar de zetel van de exploitant van het schip is gevestigd.

De zekerheid over waar de Rijnvarende is verzekerd kan door de Nederlandse Sociale Verzekeringsbank (SVB) worden verschaft, door middel van de A1-verklaring (vroeger E101-verklaring) Met de A1 verklaring bevestigt de SVB dat de Rijnvarende onderworpen is aan de Nederlandse sociale verzekeringen. De A1-verklaring heeft bindende kracht voor de instituties van de lidstaat.

Voorbeeld 3
Persoon C, heeft de Nederlandse nationaliteit en is ook in Nederland woonachtig, werkt voor een werkgever gevestigd in Luxemburg. Zij houdt zich vooral bezig met het uitlenen van personeel. Persoon C werkt aan boord van een schip, geëxploiteerd door een Zwitserse onderneming. Het schip vaart tussen Bazel en Keulen.

Omdat persoon C kan worden aangemerkt als Rijnvarende is de Rijnvarendenoverenkomst van toepassing. Het schip behoort toe aan de Zwitserse onderneming. De sociale zekerheidswetgeving van Zwitserland is dus van toepassing. Rijnvarende C zal zich dus in Zwitserland moeten aanmelden voor de sociale verzekeringen.

Het wordt echter ingewikkelder als er meerdere ondernemingen als exploitant van het schip kunnen worden aangemerkt, of als de onderneming waartoe het schip behoort niet is gevestigd in een Rijnoeverstaat.

Innovative Tax heeft in de afgelopen jaren ervaring opgebouwd met het vaststellen van de belasting- en premieplicht van Rijnvarenden. Heeft u vragen  neemt u dan even contact met ons op.

Wij maken graag tijd voor u.

Erik Jansen
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Stefan Everts
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

+31 24 760 0136


 

Overeenkomst krachtens artikel 16, eerste lid, van verordening (EG) 883/2004 betreffende de vaststelling van de op rijnvarenden toepasselijke wetgeving 883/2004
De voor deze overeenkomst bevoegde autoriteiten zijn,

  • krachtens artikel 16, eerste lid, van verordening (EG) nr. 883/2004;
  • in het licht van de lange traditie en het bijzondere karakter van de Rijnvaart;
  • rekening houdend met het gezamenlijk verzoek van alle sociale partners – vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en zelfstandigen – dat de op hetzelfde schip als Rijnvarenden te werk gestelde personen onderworpen zouden moeten zijn aan dezelfde wetgeving;
  • overwegende dat de toepasselijke wetgeving die van de Ondertekenende Staat moet zijn waar de Rijnvarende voor de uitoefening van zijn beroepsactiviteit de nauwste banden mee onderhoudt;
  • overwegende dat de wetgeving van de Ondertekenende Staat waar de zetel of het filiaal van de onderneming of vennootschap zich bevindt die het schip daadwerkelijk exploiteert, beschouwd moet worden als de wetgeving waarmee deze beroepsactiviteit het nauwst verbonden is,

de volgende bepalingen overeengekomen:

Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze overeenkomst

  1. wordt onder het begrip ‘Rijnvarende’ een werknemer of zelfstandige verstaan, alsmede elke persoon die krachtens de van toepassing zijnde wetgeving met hen wordt gelijkgesteld, die behorend tot het varend personeel zijn beroepsarbeid verricht aan boord van een schip dat met winstoogmerk in de Rijnvaart wordt gebruikt en dat is voorzien van het certificaat bedoeld in artikel 22 van de Herziene Rijnvaartakte, ondertekend te Mannheim op 17 oktober 1868, met inachtneming van de wijzigingen welke daarin zijn aangebracht of nog zullen worden aangebracht, alsmede van de daarop betrekking hebbende uitvoeringsvoorschriften;
  2. gelden als Rijnvarenden eveneens personen die in overeenstemming met de Rijnvaartvoorschriften tijdelijk in dienst zijn genomen om de bemanning aan te vullen of te versterken;
  3. wordt onder de uitdrukking ‘de onderneming waartoe het schip behoort’ de onderneming of vennootschap verstaan die het betrokken schip exploiteert, ongeacht of deze eigenaar van het schip is of niet. Wanneer het schip door meerdere ondernemingen of vennootschappen wordt geëxploiteerd, dan geldt voor de toepassing van deze overeenkomst als exploitant van het schip de onderneming of vennootschap die het schip daadwerkelijk exploiteert en die beslissingsbevoegd is in het bijzonder voor het economische en commerciële management van het schip. Voor de vaststelling van de onderneming zijn de op de Rijnvaartverklaring vermelde gegevens maatgevend.

Artikel 2 Personele werkingssfeer

  1. De onderhavige overeenkomst is op het grondgebied van de Ondertekenende Staten van toepassing op alle personen die als Rijnvarenden, zoals bedoeld in artikel 1 a), aan de wetgeving van één of meerdere peenvolgende Ondertekenende Staten onderworpen zijn of zijn geweest.
  2. Deze overeenkomst is niet van toepassing op personen die hun beroepsarbeid aan boord van
  1. een zeeschip uitoefenen dat als zodanig wordt aangemerkt door de wetgeving van het land onder welke vlag het vaart,
  2. een schip uitoefenen dat uitsluitend of hoofdzakelijk in een binnen- of zeehaven wordt gebruikt.

Artikel 3 Materiële werkingssfeer
De onderhavige overeenkomst regelt de wijze waarop de toepasselijke wetgeving voor Rijnvarenden wordt vastgesteld.

De op basis van onderhavige overeenkomst vastgestelde toepasselijke wetgeving heeft betrekking op alle in artikel 3 van verordening (EG) nr. 883/2004 genoemde takken van sociale zekerheid.

Artikel 4 Toepasselijke wetgeving

  1. Op de Rijnvarende is slechts de wetgeving van één enkele Ondertekenende Staat van toepassing.
  2. Op de Rijnvarende is de wetgeving van toepassing van de Ondertekenende Staat op het grondgebied waarvan zich de zetel bevindt van de onderneming waartoe het in artikel 1, sub c) bedoelde schip behoort, aan boord waarvan deze Rijnvarende zijn beroepsarbeid verricht.
  3. Indien deze onderneming geen zetel heeft op het grondgebied van een Ondertekenende Staat, is op de Rijnvarende de wetgeving van toepassing van de Ondertekenende Staat op het grondgebied waarvan het filiaal of de vaste vertegenwoordiging van die onderneming zich bevindt.
  4. Heeft de onderneming of vennootschap die het schip in kwestie exploiteert dat aan de voorwaarden overeenkomstig Aanvullend Protocol nr. 2 van 17 oktober 1979 bij de Herziene Rijnvaartakte voor het toebehoren tot de Rijnvaart voldoet, geen zetel, bijkantoor of permanente vertegenwoordiging op het grondgebied van een Ondertekenende Staat, dan geldt de wetgeving van de Ondertekenende Staat op wiens grondgebied zich de zetel van de eigenaar van het schip bevindt.
  5. Op de Rijnvarende die zijn schip als eigen onderneming exploiteert, is de wetgeving van de Ondertekenende Staat van toepassing op het grondgebied waarvan zijn onderneming haar zetel heeft. Indien zijn onderneming geen zetel op het grondgebied van een Ondertekenende Staat heeft, is op deze Rijnvarende alsmede op iedere andere Rijnvarende die zijn beroepsarbeid aan boord van dit schip verricht, de wetgeving van de Ondertekenende Staat van toepassing op het grondgebied waarvan zich de plaats van inschrijving of de thuishaven van dit schip bevindt.

Artikel 5 Toepassingsmodaliteiten van de onderhavige overeenkomst

  1. Voor de toepassing van deze overeenkomst zijn de volgende autoriteiten bevoegd:
    Duitsland
    Voor de ondertekening van de onderhavige overeenkomst is het Bundesministerium fur Arbeit und Soziales bevoegd.
    Indien de Duitse wetgeving van toepassing is, is voor de afgifte van de A1-verklaring over de toepasselijke wetgeving, de Deutsche Verbindungsstelle Krankenversicherung-Ausland bevoegd.

    België
    Voor de ondertekening van de onderhavige overeenkomst is de Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid bevoegd.
    Indien de Belgische wetgeving van toepassing is, is voor de afgifte van de A1-verklaring over de toepasselijke wetgeving, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid te Brussel (werknemers) en het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen te Brussel (zelfstandigen) bevoegd.

    Frankrijk
    Voor de ondertekening van de onderhavige overeenkomst is het Ministere du Travail, de I'Emploi et de la Santé bevoegd.
    Indien de Franse wetgeving van toepassing is, is voor de afgifte van de A1-verklaring over de toepasselijke wetgeving, de Caisse Primaire d'Assurance Maladie te Straatsburg bevoegd.

    Luxemburg
    Voor de ondertekening van de onderhavige overeenkomst is het Ministere de la Sécurité Sociale bevoegd.
    Indien de Luxemburgse wetgeving van toepassing is, is voor de afgifte van de A1-verklaring over de toepasselijke wetgeving, het Centre Commun de la Sécurité Sociale bevoegd.

    Nederland
    Voor de ondertekening van de onderhavige overeenkomst is de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevoegd.
    Indien de Nederlandse wetgeving van toepassing is, is voor de afgifte van de A1-verklaring over de toepasselijke wetgeving, de Sociale Verzekeringsbank (SVB) te Amstelveen bevoegd.
  2. Op verzoek van werkgever of werknemer, of van een zelfstandige, bepaalt het bevoegde orgaan zoals bedoeld in het eerste lid, op grond van deze overeenkomst, welke wetgeving van toepassing is en gedurende welke periode.

Artikel 6 Inwerkingtreding

  1. De onderhavige overeenkomst wordt van kracht op de dag dat alle ondertekende exemplaren overeenkomstig artikel 8, tweede lid, zijn ontvangen. De bepalingen van deze overeenkomst gelden met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2010, de datum waarop Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van socialezekerheidssteIsels in werking trad.
  2. De verklaringen over de toepasselijke wetgeving overeenkomstig het Verdrag betreffende de Sociale Zekerheid van Rijnvarenden van 30 november 1979 behouden de in die verklaring vermelde geldigheidsduur.

Artikel 7 Werkingssduur

  1. Iedere ondertekenende partij kan deze overeenkomst schriftelijk opzeggen. De opzegging wordt van kracht aan het einde van het kalenderjaar dat volgt op het jaar van opzegging.
  2. Wanneer deze overeenkomst wegens een opzegging niet meer van kracht is, blijft de toepasselijke wetgeving van kracht tot aan het tijdstip vermeld op de verklaring als bedoeld in artikel 5, tweede lid.

Artikel 8 Secretariaat van de Overeenkomst

  1. Voor de Overeenkomst wordt een secretariaat (‘het secretariaat’) ingesteld. Als secretariaat fungeert het Administratief Centrum voor de Sociale Zekerheid van Rijnvarenden te Straatsburg.
    Het secretariaat zal met name:
    – optreden als depositaris van de Overeenkomst
    – de logistieke ondersteuning bieden die nodig is voor de organisatie van bijeenkomsten
    – ondersteuning bieden voor de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde nationale instanties
    – al het nodige ondernemen om het goed functioneren van de Overeenkomst te waarborgen.
  2. De ondertekenende partijen doen het secretariaat zo snel mogelijk en uiterlijk op 15 februari 2011 de door de bevoegde nationale autoriteit ondertekende overeenkomst toekomen. Het secretariaat zal alle ondertekenende partijen onverwijld over de ontvangst van alle ondertekende exemplaren informeren.
  3. Elke ondertekenende partij die de Overeenkomst krachtens artikel 7 wenst op te zeggen, deelt dit aan het secretariaat mee, dat daarna alle Ondertekenende Staten verwittigt.

De bovenstaande bepalingen werden in gemeenschappelijk overleg tijdens een vergadering te Straatsburg op 23 december 2010 vastgesteld.

De drie teksten in de Duitse, Franse en Nederlandse taal zijn gelijkelijk authentiek.

Voor de bevoegde Belgische autoriteit,

F. Van Massenhove,

Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid.

Voor de bevoegde Franse autoriteit,

C. Labalme,

Chef de la division des affaires communautaires et internationales

Direction de la sécurité sociale

Ministere du Travail, de I'Emploi et de la Santé.

Voor de bevoegde Luxemburgse autoriteit,

M. Di Bartolomeo,

Ministre de la Sécurité Sociale.

Voor de bevoegde Nederlandse autoriteit,

H.G.J. Kamp,

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Voor de bevoegde Duitse autoriteit,

A. Storm,

Staatssekretär,

Bundesministerium fur Arbeit und Soziales.

Terug

Cookies maken het voor ons gemakkelijker om u onze diensten te leveren. Met het gebruik van onze diensten geeft u ons toestemming om cookies te gebruiken.
Meer informatie Ok