peak performance
in tax consultancy

 
Home > Media > Kleinbedrijf maakt te weinig gebruik van gunstig belastingtarief voor innovaties

Kleinbedrijf maakt te weinig gebruik van gunstig belastingtarief voor innovaties

innovativetax_element

Het geld dat het kabinet jaarlijks reserveert om innovaties fiscaal te stimuleren, zal ondertussen wel opgaan, maar het aantal bedrijven dat gebruik maakt van die steun is vermoedelijk kleiner dan 2000. Voor veel bedrijven, zeker ook starters, blijkt de zogenoemde innovatiebox nog onontgonnen terrein. Dat is zonde omdat de regeling een bewezen bijdrage levert aan de groei van R & D activiteiten in Nederland.

Dit zegt Erik Jansen, belastingadviseur bij Innovative Tax in het oosten van het land. ‘Het is een succesvolle regeling en er wordt steeds meer gebruik van gemaakt, maar er zouden veel meer ondernemingen gebruik van kunnen maken. En ik ben zeker niet de enige die deze indruk heeft. Ook grotere bedrijven, waar soms wel vijftig mensen werken, hebben er dikwijls nog niets meegedaan.’

De indruk die Jansen heeft, sluit naadloos aan bij die van PvdA-leider Diederik Samsom. Die bepleitte vorige week in het FD dat een groter deel van de beschikbare innovatiegelden bij de maakindustrie van het midden- en kleinbedrijf terecht komt.

Jansen heeft van de innovatiebox zijn specialisme gemaakt. Hij geniet van het onderhandelingsspel met de Belastingdienst en nog meer van de brede glimlach bij zijn opdrachtgevers als de regeling rond de innovatiebox een mooie fiscale meevaller oplevert. ‘Bijna allemaal zeggen ze dan: dan kunnen we weer nieuwe mensen aannemen en groeien.’

In 2007 introduceerde het kabinet de octrooibox. Geld dat werd verdiend op octrooien werd maar tegen 10% belast in de vennootschapsbelasting. In 2008 is de octrooibox ook opengesteld voor succesvolle innovaties uit de WBSO regeling. Vanaf het jaar 2010 is de regeling van de innovatiebox verder werd verruimd door het effectieve tarief te verlagen tot 5% en geen limieten meer aan te brengen voor het voordeel uit innovatie. Sedertdien wordt de regeling in het grootbedrijf en het innovatieve MKB meer en meer toegepast. Het tarief voor de vennootschapsbelasting is 20% over de eerste twee ton winst en 25% daarboven. Er kan sprake zijn van een aanzienlijk fiscaal voordeel.

De laatste cijfers die Financiën beschikbaar heeft gaan over 2010, en zelfs die zijn nog niet helemaal volledig omdat bedrijven soms jaren doende zijn met de afwikkeling van hun aangifte. In 2010 is maar €324 mln. van de jaarlijks begrote €625 mln. bij de bedrijven blijven hangen, als dank voor doorgevoerde innovaties. Over 2011 raamt het ministerie, op basis van twee derde van alle aangiften, dat er in totaal €527 mln. op de juiste plek terecht zal komen. Die laatste €100 mln. zal gezien de stijgende lijn sinds 2007 inmiddels ook wel benut worden, maar het aantal bedrijven dat hiervan profiteert zal waarschijnlijk nog geen 2000 zijn.

‘Bedrijven beseffen vaak niet dat ze aanspraak kunnen maken op deze regeling’, zegt Jansen. ‘Er zijn vier ingangen om in de innovatiebox te komen: via een zelf ontwikkeld octrooi, patent of kweekrecht - bij zadenveredeling- of als ze al subsidie hebben gekregen via de WBSO-regeling. Voor ICT bedrijven wordt laatstgenoemde ingang vaak benut.’

Volgens de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk kunnen bedrijven bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) een subsidieaanvraag indienen voor een aantal uren dat werknemers aan de innovatie kunnen werken. Als de ingenieurs en wetenschappers van de RvO overtuigd zijn dat een bedrijf echt een kansrijke technische innovatie ontwikkelt, krijgt het bedrijf een zogenaamde ‘S & O beschikking’.

Dit is feitelijk een certificaat dat naar buiten laat zien dat het bedrijf innovatief is, en naar de Belastingdienst een vrijbrief is om voor de forse korting van de innovatiebox in aanmerking te komen. Bedrijf, adviseur en Belastingdienst moeten dan nog wel onderhandelen hoe die korting precies in elkaar wordt gestoken, ‘maar daar heb ik nog nooit een dispuut over gehad’, zegt Jansen. ‘Daar komen we altijd uit. Niet omdat ik te vriendelijk ben of omdat de Belastingdienst Sinterklaas is, want dat is hij zeker niet.’

In de ogen van Jansen zit er nog een belangrijke weeffout in de regels voor de innovatiebox. ‘Nu maken kleine bedrijven of starters nieuwe onderdelen voor een multinational als Philips of ASML. Daar krijgen ze een vergoeding voor. Zodra de multinational er echter brood in ziet, neemt hij het eigendomsrecht van die vinding over van de toeleverancier. Alle winsten die daarna aan die vinding zijn toe te schrijven, worden bij de opdrachtgever in de innovatiebox slechts tegen 5% belast. De echte uitvinder moet het doen met zijn eenmalige vergoeding en wellicht een eerder ontvangen subsidie vanuit de WBSO. Mijn pleidooi is die toeleverancier ook toegang tot de innovatiebox te gunnen. Daarmee stimuleer je de R & D werkzaamheden van het MKB in optima forma. Dat komt helemaal overeen met de ratio van de innovatiebox.’

Twee andere ‘probleempjes’ die Jansen vaak tegenkomt zijn vrij eenvoudig te voorkomen. Voor een ICT bedrijf kan het feit dat het auteursrecht op de nieuwe software bij de programmeur berust een probleem opleveren. Als bedrijven daar pas achter komen als die software geld waard blijkt te zijn is het lastig wijzigingen in de arbeidsovereenkomst aan te brengen. Het andere advies is om verschillende groepsmaatschappijen tot een fiscale eenheid te smeden, dan kunnen ze, waar nodig, personeel onderling ‘ter beschikking stellen’ om aan innovaties te werken.

‘Dat moet je regelen voordat de Belastingdienst komt om over de innovatiebox te praten’, zegt Jansen. ‘Als je het toegangskaartje voor de innovatiebox binnen hebt moet je als bedrijf goed helder hebben waar je je geld nu echt mee verdient en hoeveel daarvan te danken is aan een of meer innovaties. Dan kom je er wel uit met de Belastingdienst.’

Voorbeeld
Een bedrijf in de sector biotechnologie ontwikkelt in drie jaar een innovatie. Dat kost E 3 mln. aan voortbrengingskosten. Een groot farmaceutisch bedrijf heeft interesse en betaalt E 15 mln. In een vaststellingsovereenkomst komen bedrijf en Belastingdienst overeen dat 67% van de EBIT van het bedrijf is toe te rekenen aan de R & D activiteiten. Dat betekent dat E 10 mln. Kwalificeert als voordeel uit innovatie. Daar moeten de E 3 mln. kosten van worden afgetrokken. Zonder rekening te houden met ingroei betekent dat voor E 7 mln. het effectieve tarief van 5% vennootschapsbelasting kan worden toegepast. De rest is belast tegen het normale vennootschapsbelastingtarief.

  • Verschenen op: dinsdag 11 maart 2014
  • Verschenen in: Financiele Dagblad

Terug

Contact opnemen met Innovative Tax

U wilt meer weten over "Kleinbedrijf maakt te weinig gebruik van gunstig belastingtarief voor innovaties"?
Of u heeft vragen, neem contact met ons op. Wij maken graag tijd voor u.
Cookies maken het eenvoudiger voor ons om onze diensten te leveren. Met het gebruik van onze diensten geef je ons toestemming om cookies te gebruiken.
Meer informatie Ok