peak performance
in tax consultancy

 

Terug naar het overzicht:

Actueel

Premieplicht van zeevarende op een Panamese pijpenlegger

innovative_tax_element

Belanghebbende X woont in Nederland en werkt het gehele jaar 2004 aan boord van een onder Panamese vlag varende zogenaamde pijpenlegger. Het gaat hierbij om een groot schip waarmee pijpen en buizen op de zeebodem kunnen worden neergelegd. Gedurende de periode van 1 januari tot 1 juni was X in dienst van een Nederlandse werkgever en daarmee voor deze periode verzekerd op grond van de Nederlandse volksverzekeringen.  Van 1 juni 2004 tot 1 januari 2005 was X in dienst van een Zwitserse werkgever. Tot 25 augustus is X onder meer actief in diverse internationale wateren en boven het Amerikaanse, Britse en Nederlandse continentale plat. Tussen de Belastingdienst en X is in geschil of X in de periode tussen 1 juni en 25 augustus 2004 premieplichtig was voor de Nederlandse volksverzekeringen. Belanghebbende stelt op grond van de Verordening (EEG) 1408/71 van niet. Gerechtshof Den Haag bevestigt het oordeel van de inspecteur en Rechtbank van wel. De Hoge Raad besluit tot het stellen van prejudiciële vragen nu hij twijfelt of de Verordening 1408/71 in deze situatie alleen van toepassing is op de werkzaamheden van X boven het continentale plat van een lidstaat of ook gedurende de periode dat X elders ‘’offshore” werkzaam was buiten het grondgebied van de Europese Unie. Welke wetgeving is vervolgens volgens de Verordening 1408/71 van toepassing?

Als inwoner van Nederland is belanghebbende X voor de periode van 1 januari tot 1 juni verplicht verzekerd voor de Nederlandse volksverzekeringen (AOW, Anw en AWBZ) Dat wordt anders indien een ingezetene van Nederland gedurende meer dan drie maanden uitsluitend buiten Nederland werkzaam is. Alsdan is een dergelijke inwoner van Nederland niet meer verplicht verzekerd voor de Nederlandse volksverzekeringen. Wanneer een dergelijke inwoner werkzaamheden bijvoorbeeld op een booreiland boven het Nederlandse continentale plat verricht in verband met de exploratie en/of exploitatie van natuurlijke rijkdommen dan worden deze werkzaamheden geacht in Nederland te hebben plaatsgevonden.

Voor werknemers die grensoverschrijdend werken binnen de Europese Unie, Noorwegen, Liechtenstein, IJsland en Zwitserland geldt de vrijheid van werknemersverkeer; het fundamentele recht om te kunnen werken in een andere lidstaat van de Europese Unie zonder daarin te worden belemmerd. De Verordening 1408/71 coördineerde (in principe tot 30 april 2010, zie hierna) in deze situaties de toepasselijke wetgeving wat betreft de sociale zekerheid met het doel om de sociale zekerheidswetgeving van één land van toepassing te verklaren en zodoende ook dubbele verzekeringsplicht (en premiebetaling) te voorkomen. De hoofdregel van de Verordening 1408/71 is dat de werknemer of zelfstandige sociaal verzekerd is in het land waar hij werkt. Het maakt hierbij overigens niet uit of de werknemer of zelfstandige in een ander land woont of dat de werkgever in een ander land is gevestigd. Wel dient eerst te zijn voldaan aan de personele, materiele en territoriale werkingssfeer om de Verordening 1408/71 van toepassing te laten zijn.

De regels van de Verordening 1408/71 zijn onder meer van toepassing indien de grensoverschrijdende werknemer woont en werkt op het grondgebied van de Europese Unie of een werkgever heeft die binnen de Europese Unie is gevestigd. Sinds 1 juni 2002 is deze Verordening 1408/71 ook van toepassing met betrekking tot Zwitserland. Voor de bijzondere categorie werknemers zoals zeevarenden is de Verordening 1408/71 ook van toepassing wanneer werknemers deels of tijdelijk buiten de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland werkzaam zijn mits de arbeidsverhouding van deze werknemers maar een voldoende nauwe band heeft en behoudt met voornoemde gebieden en deze werknemers de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie hebben. Recente jurisprudentie (Hof van Justitie 17 januari 2012, nr. C-347/10) bevestigde dat werknemers die in verband met de exploratie en/of exploitatie van natuurlijke rijkdommen werkzaamheden verrichten op booreilanden of zeeschepen boven het Nederlandse of Britse continentale plat voor de toepassing van de Verordening 1408/71 werkzaam zijn in Nederland respectievelijk Groot-Brittannië.

Wanneer de Verordening 1408/71 van toepassing is geldt dat de zeevarende met de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie die werkzaam is aan boord van een zeeschip dat vaart onder de vlag van een lidstaat verzekerd is naar het sociale verzekeringsrecht van de vlagstaat ongeacht waar de werkzaamheden worden verricht, de zeevarende woont of waar de werkgever gevestigd is. De Verordening 1408/71 heeft echter geen aanwijsregels voor zeevarenden die werken aan boord van een zeeschip dat vaart onder de vlag van een derde staat zoals in deze casus Panama. De Hoge Raad stelt daarom dan ook de prejudiciële vraag of hiervoor aansluiting kan worden gevonden bij de plaats van vestiging van de werkgever van belanghebbende X (Zwitserland) Dat zou er toe kunnen leiden dat X onderworpen zou zijn aan de Zwitserse sociale zekerheidswetgeving.   

Het is nu wachten op een duidelijke en volledige beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof van Justitie waarna de Hoge Raad een beslissing in deze zaak kan nemen.

Sinds 1 mei 2010 vervangt de Verordening 883/2004 de Verordening 1408/71. Er geldt een overgangsrecht voor bestaande situaties gedurende tien jaar. In relatie tot Zwitserland, voor wie de nieuwe Verordening eerst sinds 1 mei 2012 geldt, geldt een overgangsrecht voor bestaande situaties van onder de oude Verordening 1408/71 tot 1 april 2022. Met de nieuwe Verordening 883/2004 is beoogd de oude te moderniseren en te vereenvoudigen. Ook in de nieuwe Verordening is slechts sprake van onderworpenheid aan het socialezekerheidsstelsel in één lidstaat; leidend blijft het principe dat de werknemer onderworpen is in de werkstaat. Ook voor de nieuwe Verordening is de beantwoording van bovenstaande prejudiciële vragen relevant.

Indien u over het bovenstaande vragen heeft nodigen wij u van harte uit contact met ons op te nemen.

Erik Jansen (024-7600.136)
Nijmegen 3 mei 2013

Terug

U wilt meer weten over "Premieplicht van zeevarende op een Panamese pijpenlegger"?
Of u heeft vragen, neem contact met ons op. Wij maken graag tijd voor u.
Cookies maken het eenvoudiger voor ons om onze diensten te leveren. Met het gebruik van onze diensten geef je ons toestemming om cookies te gebruiken.
Meer informatie Ok